Uitstraling artikel 6 - Faalangst

Het nieuwe schooljaar is begonnen en voor een aantal leerlingen breekt er een spannende tijd aan. Gaat het me lukken om op school mijn plekje te vinden en kan ik goed meekomen op school? Alle leerlingen hebben hierover hun twijfels en onzekerheden, maar als deze te groot zijn en hen belemmeren in hun functioneren kan er sprake zijn van faalangst. Faalangst is een vorm van angst die kan voorkomen in situaties waarin prestaties beoordeeld worden. Omdat ons onderwijssysteem vol beoordelingen zit, zijn veel kinderen juist op school faalangstig. Ongeveer tien procent van alle leerlingen heeft in meer of mindere mate last van faalangst. Het is een afgebakende angst. Zo kan een kind voor een mondeling bij het vak Engels zeer faalangstig zijn, terwijl het helemaal niet opziet tegen een proefwerk Wiskunde.

Angst kan heel positief werken. Een zekere mate van spanning maakt mensen alerter, meer prestatiegericht en strijdvaardiger. Dit noemen we positieve angst. Wanneer angst zo hoog oploopt dat je niet meer goed kunt functioneren en onder je niveau gaat presteren, spreken we van negatieve faalangst. In dit artikel richten we ons specifiek op deze vorm van angst.

De meest voorkomende vormen van faalangst zijn cognitieve faalangst en sociale faalangst. Cognitieve faalangst is de angst voor het niet kunnen/weten. Dit komt voornamelijk voor in situaties dat kennis getoetst wordt: tijdens overhoringen of proefwerken. Er kan zo’n spanning optreden dat het kind volledig blokkeert. Er kunnen lichamelijke klachten optreden zoals buikpijn, hoofdpijn, spierpijn, hartkloppingen, trillerigheid, zweten en zelfs hyperventileren. Ook kan sprake zijn van black-outs als een kind de eerste vraag van een proefwerk niet kan beantwoorden. Na afloop van de toets weet het zich ineens weer alle antwoorden te herinneren. Bij het maken van een proefwerk gaan veel faalangstige kinderen ongeordend en chaotisch te werk. Ze zijn gespannen, nemen onvoldoende rust om de opgaven goed te lezen en te bekijken.

Ook komt sociale faalangst veel voor. Dit is de angst om er in de groep niet bij te zullen horen of om door anderen uitgelachen te worden. Sociaal faalangstige kinderen beschikken meestal over onvoldoende sociale vaardigheden, waardoor ze vaker moeite hebben met het leggen en onderhouden van contacten. Deze kinderen zijn meestal erg huiverig om door veel mensen bekeken te worden en treden dan ook liever niet op de voorgrond. Ze hebben veelal een hekel aan het houden van spreekbeurten, aan mondelinge overhoringen en aan opdrachten die voor de klas op het schoolbord uitgewerkt moeten worden. Ook kunnen de meeste kinderen met deze vorm van faalangst moeilijk omgaan met kritiek. Vaak vatten ze opbouwende kritiek van de leraar op als een persoonlijke aanval. Sociaal faalangstige kinderen zijn tenslotte veelal teruggetrokken en stil of compenseren hun faalangst juist met erg druk en nerveus gedrag.

De voornaamste oorzaak van faalangst is een negatief zelfbeeld. Kinderen met een negatief zelfbeeld zijn vaak doemdenkers. Ze menen niets te kunnen en vergelijken zichzelf voortdurend met anderen die beter zijn. Positieve ervaringen worden niet meer gezien of toegeschreven aan het toeval. Negatieve ervaringen daarentegen wijten deze kinderen wel aan zichzelf. Ze voeden zich als het ware met negatieve gedachten. Omdat een negatief zelfbeeld de gehele ontwikkeling in de weg staat, is het van groot belang dat faalangstige kinderen weer een positief beeld van zichzelf opbouwen. Een faalangstreductie- en weerbaarheidstraining reikt deze kinderen handvaten aan om op een goede manier om te gaan met hun faalangst. Bij het O.R.C. worden deze cursussen in een kleine groep aangeboden. In elf bijeenkomsten van anderhalf uur leren jongeren aan de hand van videomateriaal, gesprekken, rollenspelen en oefeningen van en met elkaar hoe ze met moeilijke situaties om kunnen gaan. De jongeren wordt o.a. geleerd zichzelf vaker te complimenteren. Veel aandacht gaat bovendien uit naar het krijgen en geven van kritiek en het omgaan met negatieve gevoelens.

Op school hebben faalangstige leerlingen sterke behoefte aan overzichtelijkheid. Zij presteren beter wanneer taken in kleine stappen zijn onderverdeeld en hebben baat bij een leerkracht die tolerant, respectvol, structurerend is en een pedagogisch klimaat weet te scheppen waarin fouten gemaakt mogen worden en er van fouten geleerd kan worden. Kinderen met faalangst hebben veel behoefte aan aanmoediging en aan positieve verwachtingen.   De steun van ouders voor kinderen met faalangst is onmisbaar. Deze kinderen zijn heel gevoelig voor negatieve opmerkingen en zien fouten maken niet als leermoment, maar als falen. Geef een faalangstig kind dus de ruimte om fouten te maken door niet alle struikelblokken weg te nemen en stimuleer het kind ook steeds om trots te zijn op zichzelf!