Uitstraling artikel 4 - Hoogbegaafdheid

Hoogbegaafde kinderen leren over het algemeen snel, leggen vlot verbanden en pakken dingen snel op, zij hoeven bij wijze van spreken de stof maar één keer te zien of te horen. Ze onderscheiden zich vaak al op zeer jonge leeftijd door een grote ontwikkelingsvoorsprong op meerdere terreinen. Ze spreken vaak veel eerder dan andere kinderen en kunnen al vroeg lezen en tellen. Ze kunnen grote denksprongen maken en beschikken veelal over een uitstekend probleemoplossend vermogen. Veel hoogbegaafden zijn creatieve denkers met een grote verbeeldingskracht en hebben ook vaak een apart gevoel voor humor.

Er zijn meerdere vormen van hoogbegaafdheid. In dit artikel beperken we ons tot cognitieve intelligentie; kinderen die een intelligentiequotiënt hebben van boven de 130. Slechts twee tot drie procent van de Nederlandse bevolking is cognitief hoogbegaafd (ongeveer 68 procent van de bevolking heeft een IQ tussen 85 en 115, wat als gemiddeld beschouwd wordt). Hoe hoger het IQ, des te meer worden de typische kenmerken van hoogbegaafdheid zichtbaar en des te groter zal ook het risico op problemen zijn.

Je zou verwachten dat hoogbegaafde kinderen zeer goede schoolprestaties laten zien. Helaas is dat niet altijd het geval. Bij deze kinderen bestaat het risico dat ze niet leren zich langere tijd achtereen te concentreren. Veel van deze kinderen hebben zichzelf leerstrategieën aangeleerd, die vaak ontoereikend zijn, waardoor ze onder hun niveau presteren.

Over hoogbegaafdheid bestaan veel vooroordelen; hoogbegaafde kinderen komen meer voor in de ‘betere milieus’, ze halen altijd goede punten, ze zijn verbaal erg sterk en houden van discussies, het zijn echte bijdehandjes die alles beter weten. Binnen de categorie ‘hoogbegaafde kinderen’ zijn echter grote verschillen. In de literatuur (Betts & Neihart, 1988) gaat men  uit van 6 profielen:

  • De succesvolle leerling 
    Kenmerken: zij zijn perfectionistisch, laten goede prestaties zien, zoeken bevestiging van de leerkracht, vermijden vaak  risico’s, zijn accepterend en conformerend, maar ook afhankelijk.
  • De uitdagende leerling 
    Kenmerken: zij corrigeren de leerkracht, stellen regels ter discussie, zijn eerlijk en direct, hebben vaak grote stemmingswisselingen, laten inconsistente werkwijzen zien, hebben vaak een slechte zelfcontrole, zijn creatief, hebben een voorkeur voor activiteit en discussie, komen op voor eigen opvattingen en zijn over het algemeen competitief ingesteld.
  • De onderduikende leerling 
    Kenmerken: zij ontkennen hun begaafdheid (willen geen ‘nerd’ zijn), doen niet mee in programma’s voor meer begaafde leerlingen, vermijden uitdaging, zoeken sociale acceptatie en wisselen in vriendschappen.
  • De drop-out 
    Kenmerken: zij nemen onregelmatig deel aan het onderwijs, maken taken niet af, zoeken buitenschoolse uitdaging, verwaarlozen zichzelf, isoleren zichzelf, zijn creatief, bekritiseren zichzelf en anderen, werken inconsistent, verstoren, reageren af, presteren gemiddeld of minder en stellen zich vaak defensief op.
  • De leerling met leer- en / of gedragsproblemen 
    Kenmerken: zij werken inconsistent, presteren gemiddeld of minder, verstoren en reageren af. Dyslectische hoogbegaafde kinderen presteren vaak onder hun niveau en worden daarom niet als hoogbegaafd herkend.
  • De zelfstandige leerling 
    Kenmerken:  zij tonen goede sociale vaardigheden, werken zelfstandig, ontwikkelen eigen doelen, werken enthousiast voor passies, hebben niet zoveel bevestiging nodig, zijn creatief, komen op voor eigen opvattingen en durven risico’s te nemen.

 

Echter ook met deze indeling is het niet altijd mogelijk de kinderen in een ‘hokje’ te plaatsen!

Het is van groot belang dat hoogbegaafde kinderen op school erkend worden en dat het lesprogramma voor hen wordt aangepast. Versnellen kan bijvoorbeeld nodig zijn wanneer zij op alle terreinen ver voorlopen op leeftijdgenootjes en zij duidelijk tekenen van verveling laten zien. Verrijken is belangrijk om deze leerlingen uit te dagen, maar vooral ook om hen leerstrategieën aan te bieden. Compacten is belangrijk voor de vakken waar de leerling erg goed in is, hij/zij kan dan verder zonder alles nog een keer te moeten herhalen. Wanneer de hoogbegaafde leerling niet (h)erkend en begrepen wordt kan faalangst ontstaan. Hoogbegaafde kinderen hebben vaak een perfectionistische instelling en daardoor een te hoog verwachtingspatroon. Falen schrijven zij aan zichzelf toe, maar succes niet!

Op veel basisscholen is men tegenwoordig bekend met hoogbegaafdheidproblematiek en krijgen de kinderen de kans om met ontwikkelingsgelijken te werken Ook wordt hen de gelegenheid geboden zelfstandig en versneld te leren. Van belang is dat dit alles gebeurt onder begeleiding van een goede mentor.

Daarnaast zijn er in Nederland ook speciale  scholen voor hoogbegaafde kinderen. Het Leonardo onderwijs bijvoorbeeld biedt deze leerlingen ruimte om zich beter en vrijer te kunnen ontwikkelen. Bij de keuze van hun programma houden ze rekening met specifieke interesses zoals: vreemde talen, filosofie,  wetenschap, onderzoekjes doen, creatieve invullingen, literatuur, muziek, maar vooral ook het leren leren.