Uitstraling artikel 1 - Psychodiagnostisch onderzoek

Wanneer je kind naar groep 3 van de basisschool gaat en je als ouder geen verontrustende signalen van de leerkrachten van groep 1 en 2 hebt gekregen, zijn  je verwachtingen hoog. Toch kan soms na verloop van tijd uw kind langzaam veranderen;  ineens gaat uw kind niet graag meer naar school,  wordt stil en trekt zich terug of is juist erg druk, slaapt slecht en reageert explosief. Je vraagt je als ouder af: wat is er met mijn kind  aan de hand?

Of uw zoon/dochter loopt de hele basisschool goed door, heeft een goede eind -Citoscore en krijgt van de basisschool een vwo advies. In het eerste jaar werkt deze leerling hard, maar de resultaten blijven uit. Vooral in een proefwerkweek bouwt de spanning steeds meer op, zeker wanneer er sprake is van diepe onvoldoendes. De motivatie zakt vervolgens tot een minimum, met als gevolg; nog meer onvoldoendes. De school doet de suggestie op een niveau lager in te stromen, maar als ouder vraagt u zich af of dat wel de oplossing is. Op de basisschool heeft hij of zij immers altijd goed gescoord.    Als ouder ga je op de basisschool praten met de leerkracht en wordt er in overleg met de leerkracht, intern begeleider en/of  remedial teacher een behandelingsplan opgesteld. Op het voortgezet onderwijs zal de mentor de aanspreekpersoon zijn. Soms krijgt uw kind daarna extra ondersteuning, maar wat nu te doen als, na die extra hulp en/of aandacht, het verwachte resultaat uitblijft?

Het is dan belangrijk om duidelijkheid te krijgen over de oorzaak van de problemen. Leerproblemen en sociaal-emotionele problemen kunnen immers een belemmerende werking hebben op de ontwikkeling van kinderen. Bij een onderzoeksbureau kunnen kinderen (maar ook adolescenten) getest worden.

Als u besluit om naar een onderzoeksbureau te stappen, hangt het van de aard van de problemen af hoe een onderzoek verloopt. Leerstoornissen, zoals dyslexie en dyscalculie, maar ook gedragsstoornissen, ontwikkelingsstoornissen en onderzoek naar sociaal-emotionele problemen zijn erg verschillend.

 Voorafgaand aan het onderzoek vindt er altijd een intakegesprek plaats waarbij de orthopedagoog/ psycholoog samen met de ouders de voorgeschiedenis en het ontwikkelingsverloop van het kind doorneemt. Dit gebeurt op basis van een uitgebreide vragenlijst die de ouders vooraf hebben ingevuld. Het is erg belangrijk om de voorgeschiedenis goed in kaart te brengen.

Om een beeld te krijgen van de basiscapaciteiten wordt een intelligentietest gebruikt. Waarom een intelligentietest? Intelligentie zegt iets over hoe goed het een kind lukt zich aan te passen aan verschillende situaties en of het kind over de vaardigheden beschikt die van hem of haar verwacht worden. Intelligentie heeft betrekking op de vaardigheid waarmee we de informatie uit onze omgeving kunnen verwerken en daar vervolgens betekenis aan kunnen geven door erover na te denken. Intelligentie is een belangrijke (maar niet de enige) voorspeller van schoolprestaties. Een intelligentietest bestaat uit vragen en opdrachten. Deze meten zowel aangeleerde kennis als begrip, inzicht en probleemoplossende vaardigheden. De test geeft een beeld van de sterke kanten van uw kind en laat ook zien met welke vaardigheden uw kind meer moeite heeft.

Bij afname van deze test kan er al veel kwalitatieve informatie worden verzameld zoals is het kind onzeker bij het beantwoorden van de vragen, blokkeert het kind wanneer het het antwoord niet weet, moet het kind lang nadenken voor het antwoord geeft of heeft het veel woorden nodig om iets uit te leggen?  Is zijn aanpak weloverwogen en gestructureerd of  impulsief en chaotisch?

Psychologische leerfuncties , zoals geheugen, concentratie, leerstijl en informatieverwerking worden in het onderzoek ook onder de loep genomen. Verder wordt gekeken naar het sociaal-emotioneel functioneren. Bij de onderzoeken naar leerstoornissen wordt uitgebreid aandacht besteed aan het technisch lezen, de spelling en/of het rekenen. Bij onderzoeken naar ontwikkelingsstoornissen zal de nadruk meer komen liggen op de diverse aspecten van bijvoorbeeld de aandachtsfunctie, de plannende vaardigheden, de sociale vaardigheden en de belevingswereld van het kind.

Na afloop van het onderzoek krijgen de ouders een eerste indruk van het verloop van het onderzoek. De orthopedagoog/psycholoog gaat vervolgens de onderzoeksgegevens verwerken in een rapportage. Naar aanleiding hiervan vindt er een nabespreking plaats en worden de onderzoeksresultaten en handelingsadviezen toegelicht.

Wanneer uit onderzoek blijkt dat een kind professionele hulp nodig heeft, is samenwerking met anderen erg belangrijk. Deze hulp kan worden geboden door een remedial teacher,  een logopedist, een intern begeleider, maar ook door een kinderarts of neuroloog. De orthopedagoog/psycholoog zal meedenken voor een goed vervolgtraject. Een goed onderzoeksbureau onderscheidt zich immers van anderen door goede nazorg.