Uitstraling artikel 11 - Pesten

Veel kinderen zijn het slachtoffer van pestgedrag. Er zijn kinderen die meer kans hebben om gepest te worden dan andere kinderen. Dat kan met hun uiterlijk samenhangen (een brilletje, dik zijn, kleding) maar ook met hun gedrag (onzeker, traag of juist hyperactief) en de manier waarop ze zich uiten (snel huilen of gauw boos worden). Sommige kinderen ervaren iets ook snel als pesten, terwijl het eigenlijk meer plagen is. Bij plagen zijn de kinderen meer aan elkaar gewaagd: de ene keer plaagt het ene kind, een volgende keer doet de ander iets onaardigs terug. Het is meer een spelletje, het is nooit echt bedreigend. Het hoort bij het volwassen worden. Pesten is echter wel bedreigend. En pesten gebeurt niet zomaar een keer, maar iedere dag weer, soms een jaar of langer achter elkaar. Waar het bij plagen gaat om het maken van grapjes over en weer, wordt er bij  pesten een slachtoffer uitgezocht om te treiteren op een heel bedreigende manier.

 ‘Pesters’ misbruiken vaak hun macht: het slachtoffer wordt geslagen, uitgescholden, vernederd of gekleineerd. Het is soms onbegrijpelijk hoe gemeen kinderen kunnen zijn. Kinderen zijn in staat elkaar diep te kwetsen en te vernederen. Ze kunnen dat doen:

  • Met woorden: anderen vernederen, uitschelden, bedreigen of belachelijk maken.
  • Lichamelijk: aan kleren trekken, duwen, schoppen, slaan, krabben, bijten of haren trekken.
  • Door achtervolging: anderen achterna lopen, opjagen, in de val laten lopen of opsluiten.
  • Door uitsluiting: anderen doodzwijgen; niet reageren op wat het kind doet of zegt of door niet tegen hem of haar te praten.
  • Door stelen of vernielen van bezittingen: afpakken van kledingstukken of andere spullen of door het beschadigen van spullen: kliederen op boeken, tegen schooltassen schoppen of ermee gooien of door banden lek te steken.
  • Door afpersen: anderen dwingen om geld of spullen af te geven, of door anderen te dwingen iets voor hen te doen, zoals geld of snoep meenemen, of klusjes opknappen.
  • Door gemene teksten of beelden te verspreiden via MSN, Facebook, Hyves, Youtube etc.

 

Kinderen die pesten zijn meestal sterker of ouder dan het slachtoffer. Vaak vormen ze een groepje tegen slechts één persoon. Ze gedragen zich agressief en komen vaak heel zelfverzekerd over. Zij menen op deze manier indruk te maken. Veel kinderen die gepest worden, hebben moeite zichzelf te verdedigen. Vaak zijn ze erg onzeker en voelen  ze zich eenzaam en beschaamd. Uit angst dat hun ouders de school zullen inschakelen, vertellen kinderen thuis er meestal niet veel over. Het pesten zou dan immers erger kunnen worden.

Kinderen veranderen tijdens het opgroeien. Wanneer kinderen iets vervelends meemaken, kunnen zij zich een periode afsluiten en zijn ze soms even ’onbereikbaar’. Meestal worden vervelende periodes gevolgd door leukere. Als het moeilijke of gesloten gedrag van uw kind niet overgaat, dan is er vaak meer aan de hand. Er kunnen allerlei oorzaken zijn, één daarvan kan zijn dat zij of hij wordt gepest. Verschijnselen die dan veel voorkomen zijn dat het kind:

  • Vaak hoofdpijn of buikpijn heeft 
  • Thuis prikkelbaar, boos of verdrietig is
  • Niet wil gaan slapen, vaak wakker wordt of nachtmerries heeft
  • Niet meer naar school wil
  • Op school minder goede resultaten haalt dan vroeger
  • Vaak dingen kwijt is of met kapotte spullen thuiskomt
  • Nooit andere kinderen mee naar huis neemt en nooit bij anderen wordt gevraagd
  • Zijn of haar verjaardag niet wil vieren
  • Niet alleen boodschappen durft te doen
  • Niet meer naar een club wil gaan.

 

Als uw kind enkele van deze signalen vertoont, probeer dan te achterhalen wat het op school en elders meemaakt. Het is belangrijk dat u erachter komt waarom uw kind precies gepest wordt. Ook leerkrachten kunnen daarbij helpen, zij kunnen een belangrijke rol spelen in het aanpakken van het pestprobleem.

Er zijn echter ook weerbaarheidstrainingen voor kinderen die kwetsbaar zijn. In zo’n training wordt aan kinderen handvatten aangereikt om op een goede manier om te gaan met moeilijke situaties in het contact met anderen. De kinderen wordt geleerd een assertieve houding aan te nemen, voor zichzelf op te komen, niet over zich heen te laten lopen en uit te komen voor hun eigen mening. Naast het opbouwen van het zelfvertrouwen, gaat veel aandacht uit naar het aangeven van de eigen grenzen, het krijgen en geven van kritiek en het omgaan met negatieve gevoelens. Het ORC geeft deze trainingen.